Vakantie in Roemenië

 

KORTE GESCHIEDENIS ROEMENIë

De Karpato-Donau-ruimte

De geografische bakens van Roemenië zijn de grote boog van de Karpaten, de Donau en de Zwarte Zee. De Roemenen beweren dat hun land met al zijn gaven door God geschonken is. Harmonieuze verdeling van het reliëf (eenderde bergen, eenderde heuvelland en eenderde vlakte), een met grondstoffen en mineralen ruim bedeelde ondergrond, een rijk hydrografisch net, doorgang sinds de oudheid voor de barnsteenroutes, toegang tot de Zwarte Zee en een gematigd landklimaat hebben hier al vroeg een zeer gevarieerde ontplooiing van menselijke activiteit mogelijk gemaakt.

Walachije

De belangrijkste geografische streken van Roemenië komen overeen met historische begrippen. Het zuiden van het land, waar Boekarest ligt, is Walachije. De Roemenen zelf hebben deze benaming zeer zelden gebruikt. Zij gaven en geven aan deze streek de naam “Tara Româneasca” (Roemeens land). Het westelijk gelegen deel van Walachije, waar de rivier de Olt door stroomt, heet Oltenia, terwijl het oostelijk gelegen deel van Walachije Muntenia heet.

Moldavië

Moldavië, het (toen) westelijke deel van het huidige Roemenië, begrensd door de Karpaten en de rivier de Proet, is het tweede historische thuisland van de Roemenen met als hoofdstad Iasi. Van de 14e eeuw tot in 1859 waren Moldavië en Walachije zelfstandige staatjes of vorstendommen met aan het hoofd een vojivod, die wij als vorst kunnen beschouwen.

Transsylvanië

Transsylvanië, middengedeelte van Roemenië, een hoogvlakte begrensd door de Karpaten, is een geval apart in de Roemeense geschiedenis. Het werd nooit een zelfstandige staat. Het kwam onder de invloed van Hongarije, nadien Turkije en maakte vanaf de 18e eeuw deel uit van wat later de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie werd genoemd. Pas na de Eerste Wereldoorlog viel Transsylvanië aan Roemenië.

In de 12e eeuw vestigden er zich Saksen ( die overigens uit Vlaanderen en de Luxemburgse Moezelstreek kwamen) en in de 18e eeuw Schwaben. Omdat deze Duitsers er over zeven burchten beschikten, noemden zij Transsylavanië “Siebenburgen”. Hun aanwezigheid is in de door hen eeuwenlang bewoonde enclaves onmiskenbaar.

Van af de 11e eeuw begonnen zich ook grotere aantallen Hongaren in Transsylvanië te vestigen. Zij maken er naar schatting een kwart van de bevolking uit, een zéér belangrijke minderheid. In tegenstelling tot de orthodoxe Roemenen zijn de Roemeense Duitsers en Hongaren overwegend calvinistisch, evangelisch of katholiek, terwijl een belangrijk deel van de Roemeens sprekende bewoners van Transsylvanië “uniaten” (Grieks-katholieken) zijn. Hun kloosters werden samen met de katholieke kloosters bij de communistische machtsovername ontbonden en verboden.

In het algemeen heeft de invloed van Midden-Europa zich in Transsylvanië altijd sterker doen gelden dan in de andere Roemeense landen, die immers “achter” de Karpaten lagen.

Dobroedsja

De Dobroedsja strekt zich uit langs de Zwarte Zee. Het was van 1441 tot 1878 Turks bezit, waarna het noordelijk deel aan Roemenië en het zuidelijke deel aan Bulgarije viel. De Turkse sfeer – moskeeën in Constanta, Mangalia en Tulcea, de klederdrachten en folklore, Turkse taalenclaves – kan men er nog proeven.

Een woelige geschiedenis

Hoofdthema en mysterie van de Roemeense geschiedenis is het feit dat in de Balkan, als op een eiland, een Latijns sprekende bevolking leeft, te midden van een Slavische zee en een Hongaarse oever.

Wie een grondig inzicht in de Roemeense geschiedenis wil hebben, moet de geschiedenis van de vorstendommen afzonderlijk bestuderen, omdat de moderne Roemeense geschiedenis pas laat en in twee fasen ontstond: in 1859 toen vorst Alexander Ioan Cuza Walachije en Moldavië in een personele unie bij elkaar voegde, en in 1918 toen Transsylvanié bij het uit elkaar vallen van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk aan Roemenië ten deel viel.

De drie “Roemeense landen” hadden bij de éénmaking een zeer woelige geschiedenis achter de rug, onder meer omdat zij aan een belangrijke verkeersader van Europa lagen: de Donau. Zij zaten eeuwenlang geklemd tussen de grote imperia, die elkaar omwille van de Donau en zijn Delta naar het leven stonden- het Osmaanse, het Oostenrijkse en het Russische imperium.
Toch hadden zij een gemeenschappelijke stamboom en een gemeenschappelijk substraat: het dacische rijk en de Latijnse taal.

Daciërs

Op het huidige Roemeense grondgebied leefden omstreeks 1100 v.C. de Daciërs, een Thracische volksstam. Rond 200 v.C. vormden zij de gecentraliseerde en welvarende staat Dacië. Geen enkele Roemeen twijfelt eraan dat deze als het oer-Roemenië beschouwd moet worden. Een handvol woorden, vele eeuwenoude gebruiken en denkgewoonten, zouden tot op deze Dacische tijden teruggaan.

Grieken

De Daciërs waren al eeuwenlang in nauw contact met de Hellenistische beschaving, omdat de Grieken vanaf de 7e eeuw v.C. belangrijke handelscentra en versterkte steden in Dobroedsja aan de Zwarte Zee hadden gesticht. Zij bouwden zelfs een stad stroomopwaarts aan de Donau, het huidige Cernovoda.

Romeinen

In de 1e eeuw v.C. verschenen de Romeinen in de Donauvlakte en had een eerste osmose tussen de volkeren van de rechter en de linker Donau-oever plaats. Maar twee eeuwen later leverde de Romeinse keizer Trajanus slag met zijn buurlieden de Daciërs en veroverde na zware veldtochten in 106 hun hoofdstad Sarmizegetusa. Om de overwinning te vieren en voor eeuwig vast te leggen, werd in Rome de bekende Trajanuszuil opgericht.

Dacië is 165 jaar lang (106-271) een Romeinse keizerlijke provincie gebleven, met gevolgen van beslissende aard. Veel Romeinen vestigden zich in dit rijke gebied en na het voltooien van hun 25-jarige diensttijd bleven legionairs die zich met de plaatselijke bevolking vermengd hadden, eveneens ter plaatse. Zij bouwden wegen, steden, amfitheaters, aquaducten en wat de Romeinse beschaving nog meer kenmerkte.

De oorspronkelijke bevolking nam zeer snel de gewoonten, gebruiken én de taal van de Romeinen over, de taal die zij tot op heden hebben bewaard. Een nieuw historisch begrip ontstond: de Daco-Romeinen, volgens de Roemenen hun directe voorvaderen.

Volksverhuizingen

Van de talrijke volkeren die zich de volgende acht eeuwen over het Daco-Romeinse gebied stortten, noemen wij er slechts twee. Zij stormden door de steden en landen en als zij weer verdwenen waren, lieten zij slechts puin, tranen en een lege schatkist achter. Er wordt door de historici aangenomen dat een bepaalde laag van de bevolking die een gegeven streek bewoonde aan de migraties niet deel nam en bleef waar zij was.

Deze autochtone laag nam herhaaldelijk vreemde elementen en culturele impulsen in zich op en vormde het etnisch materiaal voor het volk dat hier na afloop van de volksverhuizingen ontstond. Er wordt door de historici algemeen aangenomen dat een bepaalde laag van de bevolking niet deel nam en bleef waar ze was. Deze autochtone laag nam herhaaldelijk vreemde elementen en culturele impulsen in zich op en vormde het etnisch materiaal voor het volk dat hier na afloop van de volksverhuizingen ontstond.

In hoeverre het Daco-Romeinse substraat als een dergelijke spons heeft gefunctioneerd, is een historisch twistpunt. De Roemenen, inclusief hun historici, geloven rotsvast in de continuïteitstheorie, ondanks het feit dat minstens twee andere belangrijke volkeren in de Donau-vlakte tot aan de rivier de Dnjestr sterke rijken hebben gesticht die eeuwenlang standhielden: de Goten en de Slaven.

De Goten

De Goten, die vanuit hun oorspronkelijke vaderland aan de Oostzee in de 1e eeuw naar Zuid-Rusland waren getrokken, begonnen kort daarop rooftochten over de gehele Zwarte Zee tot in het oostelijk Middellandse-Zeegebied.

Tegen het einde van de 3e eeuw vestigde een deel van hen zich in het door de Romeinen ontruimde Dacië. Er ontstond een broos georganiseerde Gotische staatsvorm waarvan het hart in Transsylvanië klopte. Het verdere latiniserings- en romaniseringsproces van de Daco-Romeinse bevolking kwam niet onder druk. Integendeel, de verdere latinisering en osmose met de Byzantijnse wereld gingen verder.

De omstandigheid dat het christendom, hoofdzakelijk in de vorm van het Arianisme, zich in de 4e eeuw verspreidde, was hieraan zeker niet vreemd. Deze gemengde samenleving, die archeologisch bevestigd werd door de vondst van gemengde graven, liep af tegen het einde van de 5e eeuw als gevolg van de inval van de Hunnen.

Slaven en Protobulgaren

In de 5e eeuw, na het uiteenvallen van de militaire stamverbanden van de Hunnen onder Atilla (433-453), begonnen de Zuidslavische Sklavienen zich naar het gebied ten zuiden van de Karpaten te bewegen en ze vestigden zich in de oude provincie Dacië. In de loop van de volgende eeuwen smolten zij samen met de Boelgaren, een Turks-Altaïsche familie, die in 623 een groot rijk hadden gesticht ten zuiden en vooral ten noorden van de Donau tot aan de Proet en de Dnjestr.

In de 7e eeuw zouden zij het gehele Balkanschiereiland koloniseren, de belangrijkste gebeurtenis uit de vroege middeleeuwen in dit gebied. Een machtig Bulgaars rijk dat zich voortdurend uitbreidde kwam uiteraard voortdurend met het Byzantijnse rijk in botsing.

In de 11e eeuw zette de ondergang en de versplintering van het Bulgaarse rijk zich in. Onder de aanvallen van de Hongaren moest het gebied ten noorden van de Donau, ongeveer het hedendaagse Roemenië, als eerste worden prijsgegeven.

Tijdens de hier zeer rudimentaire geschetste periode had vooral in de loop van de 7e eeuw voor de Roemeense geschiedenis een ingrijpende gebeurtenis plaats: de gedeeltelijke ontruiming van de Illyrische laagvlakten en valleien door de Latijns sprekende volkeren, die de duurzame slavisering van Bulgarije vergemakkelijkte.

De Romaanse bevolking, die in het Byzantijnse rijk tot in de 6e eeuw een invloedrijke rol had gespeeld en het Romeinse karakter ervan had geaccentueerd, werd als politieke en culturele factor uitgeschakeld en vluchtte naar de bergen en de meest ondoordringbare plaatsen, zoals de Karpaten en de wouden die zich van de Donau tot aan de Zwarte Zee uitstrekten.
Zij werden gedwongen bosbouw en semi-nomadische bergveeteelt te bedrijven, hetgeen tezamen met het isolement waarin zij verkeerden, tot een aanzienlijke deculturatie van deze volksgroep zou leiden.

Volgens sommige historici zouden deze valachische bergherders van de middeleeuwen de voorvaderen van de huidige Roemenen zijn. Hoe ook, in de 11e eeuw kristalliseerden zich uit de Byzantijnse en Bulgaarse rijken de nieuwe volkeren en staten van de Balkan.

Roemenen

In de 11e en 12e eeuw, toen prille Roemeense politieke formaties zich begonnen te vormen, leefde op het oude territorium van de Daciërs, van de Donau tot aan de Dnjestr, mogelijk tot aan de Bug, een volk ontstaan uit een eeuwenoud mengproces met als ferment etnische bezinksels van de Daco-Romeinse voorouders, een christelijk volk dat Roemeens sprak.

In de 14e eeuw, respectievelijk in 1330 en 1359, worden Walachije en Moldavië gesticht, de “historische” Roemeense vorstendommen, die nauwe banden onderhielden met de Roemenen van Transsylvanië.

Turken

Na de verovering van het Byzantijnse rijk door de Turken, was de Turkse invloed op de Balkan niet te keren. Beide vorstendommen bleven weliswaar autonoom, maar dienden tot in de 19e eeuw grote sommen belastingen aan de Turken af te dragen.

Toen in de 18e eeuw de Roemenen naar het opkomende Russische rijk lonkten om sterker te staan tegen de Turken, greep de Osmaanse regering in. De autochtone vorsten werden afgezet en vervangen door gouverneurs die gekozen werden uit de Phanarioten, de Grieks-aristocratische Grieken uit Istanbul.

Maar de molen van de geschiedenis draaide onverbiddelijk voort en de macht van de Turken nam bij het begin van de 19e eeuw zienderogen af en Walachije en Moldavië kwamen onder de “protectie” van Rusland te staan. De Russen haastten zich om de Donau-droom van Peter de Grote te realiseren en annexeerden in 1812 Bessarabië, het noordelijk deel van Moldavié, de huidige ex-Sovjetstaat Moldova.

Het koninkrijk Roemenië

Pas na de Krim-oorlog verlieten de tsaristische legers de Roemeense vorstendommen en bij de vrede van Parijs in 1856 erkenden de belangrijke Europese landen Walachije en Moldavié als zelfstandige vorstendommen, zij het nog steeds formeel onder Turkse soevereiniteit. Toen nam de eenwording een aanvang, met als belangrijkste etappes:

  • De reeds vermelde samensmelting onder de personele unie van vorst Alexander Ioan Cuza, die in 1866 vervangen werd door de Hohenzollern-prins Carol I,
  • De complete onafhankelijkheid in 1877
  • De stichting van het koninkrijk Roemenië in 1883,
  • De aanhechting van Transsylvanië, Bessarabië en Boekovina in 1918.

Voor het eerst sinds de Daciërs waren al de Roemenen weer in één Groot-Roemenië verenigd, een rijk dat in 1941 door Hongarije en Rusland herschikt werd. In 1947 werd na de overname van de macht door de communisten de laatste en nu nog levende koning Mihai von Hohenzollern in ballingschap gestuurd.

Facts & Figures SOS Roemenië